Commissieactiviteiten 2004
Commissie- en werkgroepactiviteiten 2004
• Commissie Beleidsplan 2006-2011
De voorbereidingen zijn getroffen om deze commissie onder de deskundige coaching van de heer A. Severijnen op te starten. In 2005 zal het huidige beleidsplan 2001-2006 worden doorgelicht en getoetst voor de komende beleidsplanperiode 2006-2011.
• OVDB beroepsprofiel voedingsassistent
Afvaardiging namens de VHVG in 2004 was de heer A. de Jong. In 2004 hebben er weinig activiteiten plaatsgevonden omdat de ROC’s gestart zijn met een nieuwe kwalificatiestructuur en bijbehorende eindtermen. Een ander punt van aandacht is dat met name de Vereniging voor Voedingsassistenten binnen OVDB een belangrijke rol kan gaan spelen daar zij nadrukkelijk deze beroepsgroep vertegenwoordigen. Als VHVG hebben wij deze vereniging alle steun aangeboden om als volwaardige partner te kunnen participeren in alle opleidingen die relevant zijn voor het beroep van voedingsassistent omdat de VHVG van mening is dat deze functie van essentieel belang is binnen het voedingsproces.
• Evaluatie en actualisering Hygiënecode
Afvaardiging namens de VHVG in 2003 waren de heren J. v.d. Brekel (klankbordgroep)
H. Mutsaers. Dit jaar werden er enkele aanvullingen aan de Hygiënecode toegevoegd.
Onder leiding van het Voedingscentrum en in samenwerking met onder andere de beroepsverenigingen (waaronder de VHVG) werden richtlijnen en normen getoetst en bijgesteld om de voedselveiligheid te waarborgen.
Door de aangepaste regelgeving en aangepaste procescontroles op naleving daarvan door de Keuringsdienst van Waren, bleven er nog steeds vragen over de wettelijke en/of wenselijke richtlijnen en de microbiologische normen. De werkgroepleden controleerden het aangeleverde materiaal en commentaar en namen dit – waar mogelijk – mee in de bijstelling van de hygiënecode. De evaluatie van de Hygiënecode zal worden opgevolgd door een aantal sessies in de nabije toekomst.
• Projectgroep Richtlijn vocht- en voedselvoorziening in verpleeghuizen
Afvaardiging namens de VHVG in 2004 was de heer A. Severijnen. De, in december 2001 door Arcares uitgebrachte multidisciplinaire richtlijn voor verantwoorde vocht- en voedselvoorziening voor verpleeghuis-geïndiceerden, is inmiddels geïmplementeerd in diverse verpleeghuizen. De wens om deze richtlijn die in eerste instantie voor ouderen bedoeld is uit te breiden met een richtlijn voor jongeren. In dit verslagjaar heeft dit echter geen prioriteit gekregen en wordt dit naar een later tijdstip verschoven.
Onderstaand treft u een resumé aan:
Doel van de implementatie:
• het faciliteren door het vervaardigen van een stappenplan met werkdocumenten en hulpmiddelen
• het uitbreiden van de richtlijn voor jongeren in het verpleeghuis en voor verzorgingshuis-geïndiceerden
• het formuleren van aanbevelingen ten behoeve van actualisatie en evaluatie.
Plan van aanpak:
• het voorbereiden van een multidisciplinaire voorbereidingsgroep
• het vormen van een drietal netwerken
• het aanstellen van een projectleider.
Samenstelling van de groep:
• Een projectleider die door Arcares wordt benoemd
• vertegenwoordigers van overige organisaties zoals NVVA, NVD, NVLF, AVVV, Koksgilde, NU ´91. NVE, LOC en de VHVG.
Gerealiseerde taken:
• het voorbereiden van: een stappenplan, een basisprotocol m.b.t. vocht en voedsel, indicatoren en evaluatiepunten
• het vervaardigen van een voorlichtingsfolder voor verplegende en verzorgende beroepsgroepen en vrijwilligers door het LCVV en AVVV
• een voorlichtingsfolder voor de cliënt, contactpersonen en cliëntenraden door LOC
• het opstellen van een beperkte scholingsmodule voor de 21 verpleeghuizen die betrokken zijn bij de implementatie
• het informeren van de opleidingsinstituten over de richtlijn.
De wens om richtlijn verder uit te werken voor jongeren in het verpleeghuis en voor verzorgingshuis-geïndiceerden is door prioriteitsstelling nog steeds niet gerealiseerd
• Participatie in het College van specifiek deskundigen van het NIAZ
Afvaardiging namens de VHVG in 2004 was de heer R. Plasier.
Gezien de geringe activiteiten die binnen dit College van deskundigen in relatie tot voeding werden ondernomen heeft het bestuur besloten de participatie van de VHVG dit jaar niet meer te continueren en alleen op verzoek van het College opnieuw te overwegen of men nog een lid ad hoc zal afvaardigen.
• Klankbordgroep GPI
Afvaardiging namens de VHVG in 2004 was de heer Dhr. R. v.d. Laan. Ook aan deze participatie is dit jaar een einde gekomen, in goed overleg met GPI. In 2005 zal GPI in een andere organisatiestructuur worden ondergebracht en zal opnieuw bekeken worden op welke wijze en of participatie in deze klankbordgroep nog wenselijk is.
• Werkgroep herziening toelatingscriteria VHVG
Deze commissie was in 2004 samengesteld uit de heren M. Overwijk, B. Mulder en
M. Huikeshoven.
Samenvoegingen, fusies en/of andere samenwerkingsverbanden (joint venture, strategische allianties) op voedingsgebied binnen de institutionele markt zorgen er mede voor dat er een terugloop is te zien in het aantal traditioneel ingerichte voedings- en facilitair ondersteunende diensten binnen de Gezondheidszorg, Defensie, Justitie, Jeugdzorg en andere non-profit organisaties. Door deze organisatiewijzigingen vindt er ook een verandering plaats op het gebied van de functie Hoofd voeding en ontstaan er door deze grote samenwerkingsverbanden functionarissen met andere en nieuwe verantwoordelijkheden in gebieden die nog niet in aanmerking konden komen voor toelating als lid binnen de vereniging volgens de eerder gestelde toelatingscriteria van de VHVG. Ook het wegvallen van de grenzen rondom Nederland bij de eenwording van Europa biedt de VHVG de kans om leden van buiten de Nederlandse gebieden aan te trekken. Van de zijde van het onderwijs, dat de bron is waar het gaat om toekomstige managers en hun opleiders, bestond nog niet een duidelijk omschreven mogelijkheid om lid te kunnen worden van de vereniging, terwijl er voor zowel de opleiders, cursisten als vereniging hier sprake is van kennisverrijking.
De commissie heeft aan de hand van, onder meer deze aspecten een voorstel gedaan waarin de toelatingscriteria van de VHVG opnieuw zijn geactualiseerd, geformuleerd en voorgelegd aan de ledenvergadering.
Conclusies waren:
• Besloten werd dat de oude paragraaf G3 in het huishoudelijk Reglement kon komen te vervallen, vanwege het feit dat de samenstelling onder G1 hiervoor al voldoende duidelijkheid liet zien. Dit schiep tevens ruimte om meerdere leden per organisatie toe te staan.
• Er moet worden gezocht, binnen de nieuw gevormde studierichting hospitality management & gastenservices, naar de functionarissen die in aanmerking komen voor het lidmaatschap.
• In de punten die in het oude Huishoudelijk Reglement genoemd werden onder G1 t/m G 4 kon het oude G4 komen te vervallen. De vereniging zegt nu immers dat er meer vakgebieden in aanmerking komen voor deelname. Onder het nieuwe punt G4 worden nu de bijzondere leden vermeld die uitsluitend kunnen worden toegelaten na instemming van de ledenvergadering (op basis van kennisexpertise en/of relevante ervaring) als toegevoegde waarde voor de vereniging
• Gezien de toekomst van de vereniging worden 3e en 4e jaars studenten van uit de vakgerichte HBO opleidingen geïnteresseerd voor het lidmaatschap. Dit schept een mogelijkheid tot kennisverbreding voor de studenten in kwestie en de mogelijkheid om afstudeerscripties en geschikte stagiairs aan te leveren aan de collega’s. Voor docenten geldt dat zij welkom zijn om deel te nemen aan de activiteiten van de vereniging, weliswaar in de hoedanigheid van bijzonder lid.
Zonder wijzigingen in het ingebrachte voorstel zijn de toelatingscriteria voor het lidmaatschap VHVG (zie elders in dit Jaarboek, verwerkt in het Huishoudelijk Reglement) door bestuur en leden aangenomen. De commissie werd bedankt voor haar werkzaamheden en daarna ontheven van haar taak.
Overige activiteiten
Binnen de vereniging hielden diverse (bestuurs-) leden zich in 2004 ook ad hoc bezig met opdrachten die gedelegeerd werden vanuit het bestuur.
Deze waren onder andere:
• het voorbereiden van ledenbijeenkomsten en themamiddagen
• het onderhouden van public relations en andere voorkomende werkzaamheden
• het onderhouden van contacten met donateurs en sponsoren
• het ontwikkelen van een draaiboek ten behoeve van het bestuur met betrekking tot werkbezoeken en studiereizen
• het voorbereiden van studiedagen c.q. werkbezoeken